Rasprofiel van de Hovawart

De Hovawart
Een ras, waar gezondheid en karakter prevaleren boven schoonheidsidealen. Auteur: Helga M. van Voorthuysen-Dijkhuis

De Hofwachter
Grote, evenredig gebouwde, langharige berghonden vinden we in vele landen.
Ze komen wat betreft hun historische gebruikswaarden overeen en hebben allemaal een min of meer uitgesproken neiging tot beschermen.
Deze taak voeren ze zelfstandig uit, dat laatste houdt in dat ze de eigenschap hebben zich eigenzinnig te gedragen.

Mensen die een Hovawart willen houden, moeten zich realiseren dat zij daarvoor aan zekere eisen dienen te voldoen: overwicht, ervaring en inzicht in de aard van hun hond. Met daarbij de bereidheid veel tijd aan de opvoeding te besteden.

Een mooie hond…

Kleuren
De Hovawart kent drie kleurslagen: ze worden door elkaar gefokt. De drie kleuren zijn zwartblond, zwart en blond.


Zwartblonde Hovawarts moeten aftekeningen hebben aan hoofd, hals, borst en poten. Het niet aanwezig zijn van een deel van die "Marken" sluit weliswaar uit van een "uitmuntend", maar geheel in de lijn van de fokinzichten, niet van de fokkerij. De huid is leikleurig. Blonde Hovawarts moeten "Aufhellungen" hebben, een locale lichtere kleur blond in de (niet te lange!) manen, achter de schouder, onder de buik en in staart en broek.
Hun huidskleur is roze.

Lichaamsbouw, gangwerk en…staart
Een Hovawart is "normaal" gebouwd.
Het lichaam is wat langer dan de schofthoogte, de hoekingen zijn gemiddeld en uiteraard evenredig. De honden waarborgen een behoorlijk uitgrijpende draf, die bij wat hogere snelheid eensporig wordt. De ribwelving is middelmatig en het beenwerk krachtig. Natuurlijk is hier een spreiding van type. Windhondachtig is even ongewenst als dogachtig. Deze extremen in de (overigens volkomen acceptabele) diversiteit in type verwijzen naar de in het ras ingekruiste Afrikaanse windhond (vermoedelijk een Azawakh, Tessa geheten) en de met zekerheid ingekruiste Leonberger, Newfoundlander en Kuvasz. De Duitse Herder heeft een per landstreek wisselend grote invloed gehad. Ook in de verscheidenheid in karakter vinden we deze voorouderinvloed nog terug. De staart wordt tijdens het gaan en ook bij psychische activiteit vrij hoog, boven de ruglijn gedragen, maar mag geen gesloten ring vormen. In rust hangt de staart af. Knikstaarten worden zwaar aangerekend en zijn fokuitsluitend.

Het Hoofd
Niet alleen in lichaamsbouw (bij teven wat gestrekter en uiteraard kleiner dan reuen), maar juist ook in het hoofd vinden we een duidelijk verschil van geslachtstypen terug. De vorm is hetzelfde:

  • brede, gewelfde schedel, geen uitgesproken achterhoofdsknobbel
  • parallel verlopende neus en schedel lijn. Voorsnuit taps toelopend.
  • neus en schedel ongeveer even lang. Duidelijke, maar vloeiend verlopende stop.
  • naar voren gerichte ronde tot ovale ogen, die afhankelijk van de vachtkleur donker
    tot middelbruin zijn.
  • huid ligt aan.
  • volledig en vooral ook krachtig gebit (scharend, maar tanggebit is toegestaan).
  • oren zijn driehoekig en verbreden schijnbaar de schedel. Zij komen ongeveer tot aan de hoogte van de mondhoek en mogen geen extra vouw hebben of afstaan.

Karakter
In de rasstandaard staat in de beschrijving van het karakter van de Hovawart de volgende trefwoorden:

  • erkende gebruikshond voor velerlei doeleinden
  • evenwichtig
  • goedaardig
  • verdedigingsdrang
  • hardheid
  • middelmatig temperament
  • zeer goede neus
  • sterke binding aan zijn familie

Eigenschappen die hem behalve tot een fantastische gezinshond ook tot een uitstekende waak-, verdedigings- en speurhond maken.

Behoud en beheer van het karakter
Dat karakter erfelijk is, wordt nu wel algemeen geaccepteerd. Hoe groot de invloed van het milieu is op het vertoonde gedrag valt zeer moeilijk te bepalen, maar speelt een belangrijke rol. Beide aspecten (aanleg en milieu) hebben in de rasvereniging veel aandacht. Allereerst worden alle Hovawarts twee keer in hun leven onderworpen aan een gedragstest: een puppytest op de leeftijd van zeven weken en een jonge honden test op de leeftijd van ongeveer een jaar. Dan is er voor de honden, waarmee gefokt wordt een verplichte volwassen gedragstest tussen twee en vier jaar. Vanaf de oprichting van de club in 1959 zijn deze gedragstesten bepalend geweest voor de toelating tot de fokkerij. De HCN heeft steeds nauw contact gehad met deze zich snel ontwikkelende tak van wetenschap (de ethologie) en heeft deze ontwikkelingen op de voet gevolgd.