Vanaf het ontstaan van onze HCN worden de Hovawarts op karakter getest om zodoende naast andere gezondheidscriteria, goedgekeurd te worden voor de fokkerij. De testen die gebruikt werden waren opgesteld door de toen “deskundige” mensen die dan zelf hier en daar wat punten aanpasten.

Rond eind jaren 90 van de vorige eeuw kwam de rashond in het nieuws n.a.v. de verschillende bijtincidenten die de voorpagina’s van de kranten haalden. Sommige gevallen met dodelijke afloop van het slachtoffer. Het ministerie heeft toen de Raad van Beheer op Kynologisch gebied (RvB) op het matje geroepen om hier maatregelen tegen te treffen. Er is door de RvB een ethologe aangesteld (Drs.Doreen Planta die afgestudeerd was op gedrag van honden en katten) die een test moest ontwikkelen om preventief de bijters te scheiden om zodoende een fokverbod te kunnen opleggen en de honden te laten steriliseren.
Dit traject heeft ertoe geleid dat er uiteindelijk de MAG-test uitkwam. MAG is de afkorting van Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag. In diezelfde tijd dreigde ook de Hovawart op de zg. “rode lijst” te komen, vanwege meldingen over bijtincidenten. Er is met instemming van de AV in 2001 gestart met de MAG-plus test.

 

Status van de test
De MAG-test is nu wetenschappelijk internationaal erkend als betrouwbaar middel voor het meten van de verschillende gedragseigenschappen voor volwassen honden. Enkele rassen zijn door de RvB verplicht deze test uit te voeren en alleen met geslaagde honden verder te fokken. Er is gebleken dat de bijtincidenten bij deze rassen is afgenomen.

Wat meet de test
De test heeft 16 onderdelen, waarbij de HCN heeft toegevoegd, het schot, en het temperament. Vandaar de naam MAG-plus bij de HCN. De test meet: Vriendelijkheid, zekerheid, onzekerheid, angst, grote angst, paniek, dreigen, bijten en temperament. Er zijn 9 subtesten met eigenaar en 8 zonder eigenaar, waarbij de baas uit zicht is.

De medewerkers
Deze bestaat uit vier groepen mensen. De organisator (HCN), de gedragskeurmeesters, de testleider en de testhelpers. Allen hebben een gedegen opleiding gehad waarbij de keurmeesters en de testleider een examen hebben moeten afleggen. Bij de HCN hebben de testhelpers een aantal instructiedagen gevolgd.

Werkwijze van de test
De eigenaar van de te testen hond krijgt ruim van te voren schriftelijke informatie over de test en een bevestiging van deelname.
De test is gestandaardiseerd, geprotocolleerd en genormeerd. Hierdoor is de test in uitvoering, werkwijze en betrouwbaarheid zo optimaal mogelijk gemaakt.
Elke gedragseigenschap die genoteerd wordt door de keurmeesters is duidelijk omschreven in codes waardoor er geen verwarring ontstaat omtrent de interpretatie. Er wordt door twee keurmeesters op het veld tijdens de test op het zg. veldformulier, alleen genoteerd wat de hond aan gedrag laat zien op de onderdelen.
Na afloop van de testen (maximaal 10 honden per keurmeesters per dag) worden deze veldformulieren doorgenomen en a.d.h. daarvan wordt het onderzoeksrapport ingevuld. Daarna wordt de normering van de HCN als criterium genomen voor het slagen en zakken van de hond. Het onderzoeksrapport wordt ondertekend door de eigenaar van de hond, de testleider en de beide keurmeesters. Eén exemplaar krijgt de eigenaar en twee exemplaren gaan naar de HCN voor de fok- en gedragscommissie.
De testleider controleert vóór de test het chip-nummer van de hond. Hij of zij begeleidt de eigenaar door de test heen, waarbij aanwijzingen worden gegeven aan de eigenaar van de hond en de testhelpers. Ook geeft de testleider de voorgeschreven seconden van de sub-test aan door middel van een stopwatch.
De testhelpers voeren de 17 sub-testen uit op aanwijzingen van de testleider.
Elke test wordt met een camera opgenomen waardoor de mogelijkheid bestaat de gedragingen van de hond nader te bekijken bij een herbeoordeling.
Als blijkt dat tijdens de test de hond te zwaar belast wordt, kunnen de keurmeesters of de eigenaar van de hond besluiten de test af te breken. Hierdoor wordt een eventueel trauma voorkomen. In dit geval is de hond onvoldoende bevonden.

Herkeuring en herbeoordeling
In het protocol is opgenomen dat de hond (indien deze onvoldoende is bevonden) een tweede test kan doen indien de eigenaar dit wenst. Ook is het mogelijk om via de filmopnames een herkeuring te laten uitvoeren door het MAG-test Instituut. Voor dit laatste is er een apart protocol opgesteld o.a. betreffende de tijdslimiet en de financiën.

Misverstanden rond de test
De test zou te belastend voor de hond zijn. Elke volwassen gezonde hond kan de test goed doorstaan. Bovendien is er in de 9 jaar dat wij de testen uitvoeren niet één hond n.a.v. de test getraumatiseerd. Het is begrijpelijk dat de onvoldoende honden aanleiding geven tot discussie. Over de geslaagde honden (80%) wordt verder niet “moeilijk” gedaan.

De test zou stress veroorzaken bij de hond. Het is bekend dat stress op zich niet schadelijk is voor mens en dier. Bij topsporters en mensen die hoge prestaties moeten leveren werkt dit zelfs positief. Wel is de mate waarin, en de duur van de stresssituatie belangrijk. Houdt de stresssituatie te lang aan zonder ontspanningsperiodes, dan kan dit schadelijk zijn. Hebben wij er wel eens bij stilgestaan hoeveel stresssituaties de hond in het dagelijks leven ondervind? Wat dacht u van een hond die voor een aantal uren alleen thuis moet blijven, en bij terugkeer van de baas, geplast, gepoept, gesloopt, geblaft en gejankt heeft? Stress situatie! Ook dat leuke kinderfeestje die middag, met knallende ballonnen en opgewonden vreemde kinderstemmen. We zien het dan niet, omdat we elders zijn, of te druk met de voor ons leuke bezigheden.
Bij de test wordt de situatie bewust opgeroepen waardoor deze onder een vergrootglas komt en iedereen zich daar (al dan niet deskundig) een mening over vormt. De MAG-plus test duurt gemiddeld 15 minuten. Veel Hovawarts lopen na de test fris en vrolijk het veld af samen met de baas met een houding van: “Is er nóg iets interessants te beleven?”

De test zou “alleen maar” een momentopname zijn. Dat is trouwen, een goed lopende vergadering en een treffend mooi cadeau geven ook. De overeenkomsten zijn de goede intenties en voorbereidingen! Dus waardevol? Ja.

De test zou niet 100% betrouwbaar zijn. Dit klopt. Bij testen op mens en dier kan nooit  100% validiteit gehaald worden. Dat is inherent aan testen. Bij testen op auto’s, stofzuigers en wasmachines is het een ander verhaal, en dan nog……….iedereen heeft vast weleens pech onderweg gehad!

Het typische Hovawartgedrag zou  onderbelicht zijn bij deze test. Nee. De test is een negatieve selectietest en alleen het ongewenste gedrag wordt eruit geselecteerd. Ons ras is inmiddels oud genoeg om de typische eigenschappen te behouden doordat deze genetisch voldoende verankert zijn.

De hond is tijdens de test aangelijnd. (Een flexilijn van 6 meter met volledige uitloop) Dit wordt gedaan in het kader van de standaardisering. Zo is voor elke hond de steun hetzelfde. Bovendien zou bij een loslopende hond de test niet even lang duren en de tijd tussen de onderdelen ook grotere verschillen vertonen waardoor de éne hond een langere herstelperiode krijgt dan de ander. Met een aangelijnde hond is elk onderdeel nieuw en krijgt hij ook niet de gelegenheid  vooruit de onderdelen te onderzoeken. Zo krijgt elke hond “gelijke kansen”.

Tot slot
De test is niet alleen voor de toelating van de fokkerij geschikt, maar ook is het mogelijk om de normering bij te stellen waardoor wij de lat hoger kunnen leggen t.a.v. de combinatie grote angst, paniek en bijten. Een angstige hond is een onbetrouwbare hond. Een angstige hond die ook nog een lage bijtdrempel heeft is een gevaarlijke hond.
Bij de HCN is de normering al twee keer bijgesteld waarbij rekening is gehouden met een slagingspercentage van 79%.

Ook kunnen wij een gedragsprofiel opmaken waardoor wij een overzicht krijgen van het gedrag van de Hovawart in Nederland. Dit kunnen we vergelijken met het gewenste gedragsprofiel en daar verder aan werken bij de fokkerij.

Het blijft mensenwerk met levend materiaal, en we kunnen alleen zo goed mogelijk vinger aan de pols houden en bijsturen. Dat op een dergelijke manier ons fok- en gedragsbeleid wordt gehanteerd mag uniek genoemd worden, en daar mogen we samen als leden, commissies, vrijwilligers en bestuur best trots op zijn.

Judith Kikkert-van Ingen  (Gedragscommsissie HCN)